Limburgs en de (schijn)waardering

Wat is de staat van de Limburgse taal? Voor veel mensen wordt Limburgs niet gezien als een officiële taal binnen Nederland en dat moest anders: dat was iets dat gedeputeerde Ger Koopmans, bepleiter voor erkenning van het Limburgs als een officiële streektaal, graag zo zou zien. Toen Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken, in maart 2019 bij haar bezoek aan Limburg in aanloop naar de Provinciale Staten-verkiezingen bekendmaakte dat Limburgs voortaan officieel erkend zou worden als streektaal, zorgde dit voor nieuwsartikelen in de Nederlandse media: het was immers na het Nedersaksisch de tweede officieel erkende streektaal van Nederland, zo schrijft het AD. Dit geheel ligt echter genuanceerder: het Limburgs krijgt immers niet de status van officiële taal, iets wat het Fries bijvoorbeeld wel heeft, en heeft deze erkenning nooit gehad, waardoor de situatie vrij symbolisch was. Echter is hier nu verandering in gekomen, door ondertekening van het Convenant voor de Limburgse taal eind 2019. In deze post geef ik meer informatie hierover en uiteindelijk ook wat, naar mijn verwachting, er zal gaan veranderen.

Foto 1: Indeling van de Limburgse dialecten, Neerlandistiek.nl
Limburgs als officiële streektaal: iets nieuws?

Dat het Limburgs erkenning van hogerop krijgt, is niet per se iets nieuws: na de ondertekening in 1997 en ratificatie in 1998 is het Europees Handvest voor minderheidstalen van kracht, waarbij de Nederlandse staat, naast de erkenning van het Limburgs, ook verplichtingen moest nakomen omtrent het Limburgs. Voorbeelden van verplichtingen zijn het wegnemen van hindernissen om Limburgs een prominentere plek te geven in het sociale leven en tevens dient het Limburgs gestimuleerd te worden.
Echter ontstond de situatie dat de Nederlandse staat deze verplichtingen niet nakwam, ondanks aandringen van de Raad van Europa, volgens de website Neerlandistiek: als argument hiervoor werd verteld dat erkenning een initiatief uit Limburgse hoek was, waardoor de verantwoordelijkheid voor de verplichtingen bij de Limburgse provinciale overheid kwam te liggen, hetgeen tegenstrijdig is met internationaal recht volgens de Raad van Europa. Het gevolg hiervan was dat het Limburgs als het ware niet meer dan een symbolische status had binnen Nederland: theoretisch gezien had het de status van streektaal binnen Nederland, aangezien het Handvest door Nederland is ondertekend. In de praktijk was er echter geen sprake van beleidsmaatregelen, waardoor er een impasse ontstond.

 

Het Convenant doorbreekt de impasse

Om de ontstane impasse te doorbreken omtrent het Limburgs, besloot het ministerie van Binnenlandse Zaken om samen met de Provincie Limburg een Convenant op te stellen, waarin men verschillende maatregelen neemt om de erkenning van het Limburgs wat dieper te laten gaan. Iets dat nieuw is in dit stuk is dat de minister en de Provincie het eens zijn om het gebruik van Limburgs te bevorderen en binnen een jaar na ondertekening hoort er een planning gemaakt te worden waarin wordt gekeken hoe deze afspraken vervuld gaan worden. Kanttekening hierbij is wel dat door de coronacrisis het ministerie zijn handen vol heeft aan andere zaken: mijn verwachting is dus dat deze afspraken pas in de loop van volgend jaar gemaakt zullen worden, uiteraard afhankelijk van het verloop van de pandemie. Verder is een belangrijk punt dat maatregelen genomen worden door middel van consensus: met andere woorden, op het moment dat een van de twee partijen tegen een bepaalde maatregel is, zal die maatregel geen doorgang vinden. Er is misschien een punt van kritiek en dat is namelijk dat er nog niets concreets is vermeld in het Convenant over eventuele financiële steun. Verder is dit document niet juridisch bindend en verandert er uiteindelijk niets aan de status van het Limburgs volgens de Grondwet. Desalniettemin is dit naar mijn mening een goede stap in de juiste richting, ook al zijn er nog geen afspraken.

Voor wie is dit Convenant?

De bedoeling van het Convenant is, zoals eerder al gezegd, het stimuleren van het Limburgs. Uit persoonlijke ervaring weet ik dat Limburgs niet gangbaar was in formele situaties, men ging over in het ABN en, als we dit artikel van 1Limburg mogen geloven, dat er bij veel organisaties, al dan niet bewust, het idee ontstond dat men ABN moest spreken, met als gevolg dat Limburgs minder aanzien kreeg. Door het tekenen van het  Convenant wil de Nederlandse staat laten zien dat het mogelijke barrières wil wegnemen en dat op die manier het imago moet worden opgepoetst. Het imago van Limburgs nu is dat het vooral een oudere generatie de taal spreekt, terwijl in de praktijk toch wel wat anders blijkt: zonder op te scheppen over mijn sociale leven, maar ik ken veel mensen en praat met veel mensen en de gesprekken die ik voer in het Limburgs, zijn met veel verschillende generaties. In die zin kun je dus zeggen dat Limburgs toch nog wel leeft, maar er zijn, volgens de experts die meegewerkt hebben aan het Convenant, nog de nodige misvattingen omtrent het Limburgs in een zakelijke sfeer. Volgens diezelfde experts zorgt Limburgs er ook voor dat men andere talen sneller op kan pikken: door twee- of meertaligheid die van jongs af aan aangeleerd wordt, is het leren van nieuwe  talen ook makkelijker.

Waarom geen standarisatie?

In de teksten van dit vak gaat het vaak over de standarisatie van RML’s (Regional Minority Languages): in de tekst van Sue Wright (2007) gaat het hier over en worden enkele zaken bekeken, waaronder de zaak van het Arbresh in Sicilië. Voor deze taal zijn pogingen tot standarisatie ondernomen, waarbij er wordt gekeken naar welke soort grammatica en vocabulaire binnen een taal als de norm worden gesteld. Echter kon dit niet van de grond komen door, wat Wright schrijft, twee verschillende kampen die vonden dat hun manier van schrijven beter vonden dan de ander. Gevolg hiervan is dat er geen taalplanning plaats kon vinden: er kon geen overeenstemming gevonden worden voor wat men hét Arbresh vond in schrijftaal.
Het Limburgs bevindt zich wellicht in eenzelfde scenario, hoewel het niet zo erg is als de situatie van Arbresh. Het Limburgs kan, door de verschillende bestaande dialecten, geen schrijfwijze vinden waar iedere Limburger zich in kan vinden en zich aan kan houden. Een voorbeeld: het Limburgs dialect dat ik in Sittard spreek, ut Zittesj, verschilt in veel manieren van het Mestreechs, wat op zijn beurt weer veel verschilt van het Limburgs in Kirchrao, Kerkrade. Binnen een uur rijden vind je 3 verschillende manieren van Limburgs en dan heb ik het alleen maar over 3 steden in Zuid-Limburg! Er zijn dus veel verschillen onderling, waardoor het alternatief voor het Convenant, standarisatie, in principe geen optie is voor het Limburgs. Een Convenant neemt dit probleem niet meteen weg, maar legt de focus op het wegnemen van belemmeringen van het spreken van Limburgs ten opzichte van het Nederlands.

 

Conclusie: wat betekent het Convenant nu?

Het is vooralsnog te vroeg om iets te zeggen of het Convenant zin heeft gehad: in de fase waarin we op het moment van schrijven verkeren, heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken belangrijkere zaken aan het hoofd. Echter kun je concluderen dat de houding die het ministerie nu heeft aangenomen zeker kan leiden tot het doorbreken van een impasse. Door een Convenant op te stellen waarin de Nederlandse Staat verplichtingen aangaat om belemmeringen rond het Limburgs weg te nemen, waarbij er consensus noodzakelijk is, wordt er zeker een signaal afgegeven waarin het Limburgs als minstens zo belangrijk wordt beschouwd als het Nederlands. Wat ik er persoonlijk van denk, komt nu in het Limburgs:
Ich houp dat door ut opsjtelle van dit Convenant d’r meer luuj zulle zeen wat plat gaon kalle in ut aopebaar. Es ich eemes nuuj leer kinne, kal ich in eesjte instantie ouch Hollands mit ze, al dan neit bewust, om oeteindelijk mit redelijk vaol luuj euver te sjakele nao ut Limburgs. Kortom, doordat d’r noe nog gein aafsjpraoke gemaak zeen, is ut nog lestig om precies te zigge wat veur effect dit geit höbbe. Desondanks höb ich d’r toch vertroewe in.

 

Bibliografie

Algemeen Dagblad (2019). Limburgs voortaan officieel erkend als regionale taal. 

Caelen, S. (2019). Dit is het idee achter het convenant Limburgse taal. 1Limburg.

Neerlandistiek (2020). Het Convenant voor de Limburgse Taal en de juridische en politieke status van het Limburgs.

Wright, S. (2007). The Right to Speak One’s Language. Language Policy, 6(2). pp. 203 – 224.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *